Terug naar overzicht

“Buurtcoach Ton met pensioen: ‘Ik heb het altijd naar mijn zin gehad’”

Fivoor Buurtcoaches 250429 N8 Z1220 Mel Boas

Het besef dat hij niet meer werkt, is nog niet helemaal doorgedrongen bij Ton. Sinds kort is de voormalig beveiliger en buurtcoach op de Willem Arntsz Hoeve met vervroegd pensioen. Maar, vertelt hij: ‘Als er dan iemand belt en vraagt: kun je zondag? Dan zeg ik eerst dat ik even in mijn agenda moet kijken en dan pas realiseer ik me dat ik geen diensten meer heb.’ 

We blikten samen met hem terug. In alles wat hij vertelt over zijn functies als beveiliger en later buurtcoach spreekt zijn liefde voor zijn werk, al is er in de afgelopen 23 jaar ook veel veranderd. 

Gevarieerd werk

‘Ik ben begonnen als beveiliger bij detentiecentrum Soesterberg. Kamp Zeist heet dat tegenwoordig. Daar werkte ik anderhalf jaar tussen de gedetineerden. Het was de bedoeling dat ik voor de Dienst Vervoer en Ondersteuning van justitie zou gaan werken, maar door bezuinigingen ging dat niet door.’ Het zal niet de eerste keer zijn dat bezuinigingen impact hadden op zijn werk. ‘Op dat moment zag ik een advertentie van Altrecht dat een beveiliger zocht. Dat was zulk gevarieerd werk. Ik ben op gesprek geweest en nooit meer weggegaan.’

Precies de variatie is wat Ton altijd leuk is blijven vinden aan het werk: ‘We hadden dienst op de meldkamer, dienst hier op het terrein. Overdag, maar ook ‘s nachts. We hadden ook autodiensten waarbij we alle locaties van Altrecht afreden. Dat waren er toentertijd iets van 31. Dan reed je ’s nachts een rondje, dronk hier even koffie, liet daar je gezicht eens zien en als er niemand was keek je of het veilig was. En bij moeilijke gesprekken met cliënten zaten wij soms in de kamer ernaast. Het waren gesprekken waarbij de emoties soms hoog opliepen. Dat kon heel spannend zijn. Van tevoren besprak je dan van alles. Waar mensen moesten zitten, zodat wij ze als het misging daar snel weg konden halen.’ 

Buurtcoach als verlengstuk van verpleging

In 2015 volgde ook bij Altrecht een bezuinigingsronde waarbij Ton op straat kwam te staan. Een jaar later begon hij, opnieuw bij Altrecht, aan een gloednieuwe functie als buurtcoach: ‘Mijn collega Erik en ik zijn op 1 november 2016 aangenomen als buurtcoach. Wij werden het verlengstuk van de verpleging, maar dan buiten. We hielden het terrein in de gaten en het dorp, liepen binnen bij de winkeliers, hadden goede lijntjes met de wijkagent. Het was een andere manier van werken. Als buurtcoach ben je er meer voor de rust in het dorp. We hadden heel veel vrijheid en het contact met de mensen was leuk. Erik en ik hebben die functie eigenlijk helemaal zelf opgebouwd.’ 

Herkenbaarheid is een van de aspecten die het werk succesvol maakt: ‘In Den Dolder zit je dicht tegen het centrum aan dus zijn er veel cliënten die daarheen gaan. Tegenwoordig heb ik helemaal een opvallende kop met grijs haar, maar op een gegeven moment, als ze mijn kop zagen, dan zag je ze al weggaan. We hadden buiten ook veel gesprekken met cliënten, we waren een luisterend oor wat heel belangrijk voor ze was. Als iemand dan niet goed in zijn vel zat en er waren binnen problemen, dan kwamen wij erbij en dan had je eigenlijk al gewonnen omdat je buiten tijd voor ze had gemaakt.’

Tijd en aandacht voor de buurt

De vermissing en dood van Anne Faber in 2017 waar een patiënt van Fivoor bij betrokken was, is als het over Den Dolder gaat, vaak onvermijdelijk. Maar Ton praat er genuanceerd en open over: ‘Wij en ook andere medewerkers van Fivoor hebben daar wel een aardige knauw aan overgehouden. Collega’s werden bedreigd. Wij moesten ze ’s avonds naar hun auto begeleiden en we kregen heel vervelende telefoontjes. In eerste instantie was het niet de bedoeling dat we als buurtcoaches het dorp ingingen. Maar wij hebben gezegd: we gaan gewoon het dorp in, want je moet luisteren. Ook al werden wij natuurlijk ook met de nek aangekeken.’ 

Dan vertelt hij een persoonlijke ervaring die opnieuw benadrukt hoe belangrijk tijd en aandacht zijn, ook voor buurtbewoners: ‘Ik kwam iemand tegen die vreselijk agressief was en schold. Ik heb een uur staan praten en op het laatst zei ik: weet je wat je moet doen? Kom een keer koffiedrinken in de Wissel. Dan leid ik jou het terrein rond en laat je zien hoe het bij ons gaat. Na dat uur ging die dorpsbewoner weg en gaf me een hand.’ 

Ook in januari 2025, toen een inwoonster van Den Dolder werd doodgestoken, voelde hij zich machteloos: ‘Ik dacht: oh god … En tegelijkertijd: als het er maar geen van ons is. Dat gaat dan toch door je hoofd.’ Maar Ton is ook reëel: ‘Je probeert overal te zijn, maar al zouden we vijftig buurtcoaches hebben, je kunt niet alles voor zijn. Als we hier zijn gebeurt er daar iets, als we daar zijn gebeurt er hier iets. Hoe triest het ook is, het hoort bij de maatschappij.’ 

Impact

Ton maakte meer heftige situaties van dichtbij mee. ‘Er zijn veel dingen gebeurd in die 23 jaar. Ik heb het altijd goed van me af kunnen zetten. Natuurlijk waren er wel eens dingen waar ik ’s avonds thuis, als ik in bed lag, over nadacht: heb ik goed gehandeld? Zou ik het de volgende keer weer zo doen? Maar we waren goed getraind. Leerden hoe we iemand onder controle moesten brengen, iemand moesten afvoeren, jezelf verdedigen, ziektebeeldherkenning.’ Toch heeft het hem als mens niet veranderd. Ja, hij denkt wel dat hij alerter is dan anderen. ‘Mensen kunnen onvoorspelbaar zijn, daar ben ik me altijd bewust van.’ 

Veranderingen

Wat betreft het fysieke aspect, heeft Ton zijn werk zien veranderen vertelt hij: ‘De laatste jaren is het beleid op het gebied van zorg en veiligheid veranderd. Dat is op zich goed, maar er mag veel niet meer. Vroeger konden we eerder ingrijpen. Maar tegenwoordig moet je je goed kunnen verantwoorden als je een arm om iemand heen slaat of een cliënt beetpakt. We moeten eerder de politie bellen en mogen niet zomaar meer beelden bekijken in verband met de privacy. Vroeger mocht dat wel. Als er dan iemand agressief was geweest in of bij de winkel, bekeken we de beelden samen met de manager. Als dan bleek dat het een cliënt was, konden we naar de afdeling, confronteerden we die cliënt, hadden een gesprek en werd er iets opgelost.’ Die beperkingen hebben het werk er niet leuker of makkelijker op gemaakt, vindt Ton, terwijl juist het laagdrempelig kunnen helpen is wat hem dreef: ‘Tegenwoordig staan we meer op afstand.’

Boordevol plannen

Terugkijkend op die 23 jaar herinnert hij zich ook twee bijzondere momenten: de Tour de France in Utrecht in 2015 en een bezoek van koning Willem Alexander en koningin Máxima aan het Willem Arntszhuis: ‘Ze hadden natuurlijk eigen beveiliging bij zich, maar wij stonden daar ook in uniform.’ Hij voelde zich er een beetje een koninklijke collega door.

Gaat hij het werk missen? ‘Ik heb het altijd naar mijn zin gehad, maar het is goed zo. Vervelen gaat hij zich in elk geval niet: ‘Ik zit boordevol plannen. Ik maak al een jaar of drie, vier horecameubilair met mijn zoon. We hebben een prachtige klus gehad in Torremolinos. Dus daar ben ik druk mee. Ik vis heel graag, dat is een van mijn grootste hobby’s, en we hebben vier jonge kleinkinderen. Twee voetballen er sinds kort. Ik heb zelf ook mijn hele leven gevoetbald, dus als het kan dan ga ik ’s zaterdags kijken.’ Het is alleen even wennen als er iemand belt en vraagt of hij tijd heeft: ‘Het is nog niet helemaal ingedaald dat ik met pensioen ben.’

Tekst: Dees Wilgehof-Sodaar